Taal leer je met elkaar.
Taal leer je met elkaar.

Je kind helpen bij het leren begrijpen en gebruiken van taal

Het stimuleren van de taalontwikkeling is ervoor zorgen dat je kind heel veel met taal in aanraking komt op veel verschillende manieren. Dit kan je doen op hele simpele en leuke manieren. Ook als je zelf moeite hebt met de Nederlandse taal.

Lees meer

Je kinderen laten kijken naar televisieprogramma’s kan positief zijn voor de taalontwikkeling. Alleen niet alle programma’s zijn even leerzaam. Bijvoorbeeld animatiefilms waar meer in “gevochten” wordt dan gesproken. Kijk op het overzicht leerzame televisieprogramma’s voor meer geschikte programma’s voor je kind..

Waarom is kunnen televisieprogramma’s leerzaam zijn?

  • Kinderen horen hoe bepaalde klanken en woorden worden uitgesproken.
  • Kinderen leren letters, cijfers, voorwerpen en kleuren kennen.
  • Kinderen leren de betekenis van veel verschillende woorden (kan zowel in de moedertaal als in andere een taal). De woordenschat neemt toe, doordat zij nieuwe woorden eigen maken.
  • Kinderen worden gemotiveerd om zelf ook actief taal te gebruiken.
  • Doordat kinderen taal begrijpen en gebruiken kunnen zij op school beter meekomen (kinderen worden voorbereid op de basisschool door het begrijpen en gebruiken van taal),
  • Kinderen vergroten hun basiskennis doordat zij veel nieuwe informatie leren van educatieve televisieprogramma’s.

Hoe gaat school om met leerzame televisieprogramma’s ?

Op school wordt er ook regelmatig samen met de kinderen televisie gekeken om de kennis van de kinderen uit te breiden maar ook om onder andere de taal te stimuleren. Hierbij kan gedacht worden aan: het Jeugdjournaal, Klokhuis, het Zandkasteel of Huisje, boompje, beestje. Je kunt aan de leerkracht vragen welke programma’s zij kijken op school of aanraden om de taal te stimuleren.

Wat kan je thuis doen?

  • Maak samen met je kind duidelijke regels over wanneer, hoe lang en naar welke programma’s je kind mag kijken. Zie de beeldschermtijd richtlijnen op deze pagina voor meer informatie over hoe lang kinderen achter de televisie, de computer of de tablet/smartphone mogen en hoe u hiervoor kan zorgen.
  • De programma’s moeten aansluiten bij de leeftijd van je kind. Hiervoor kan je het schema met leerzame tv-programma’s gebruiken of dit opzoeken op internet.
  • Kijk ook samen televisie. Je kunt samen praten over wat jullie zien en je weet waar je kind naar kijkt.
  • Laat kinderen nadenken over wat ze zien: stel vragen en praat erover. Kinderen leren zo meer.
  • Neem het programma op of kijk het programma terug op internet zodat jullie er later nog naar kunnen kijken.
  • Leer je kind om de televisie uit te doen als het programma is afgelopen.
  • Stimuleer je kind om naast televisie ook andere dingen te gaan doen. Laat je kind ook buiten spelen of ga samen naar de bibliotheek.

Alleen televisie kijken is niet genoeg. Kinderen hebben interactie nodig wanneer het gaat om het leren van taal. Met interactie wordt bedoeld dat het kind contact heeft met een broer/zus of de ouder(s) en op deze momenten oefent met de taal en hier een reactie op krijgt. Dit kan natuurlijk ook in een andere taal dan Nederlands.

Jonge kinderen die zelf nog niet kunnen lezen, kan jij voorlezen. Wanneer je de Nederlandse taal nog niet goed beheerst, kan je ook in je eigen taal voorlezen. Ook kinderen die zelf al kunnen lezen, kan je nog voorlezen. Daarnaast kan je ook samen met je kind een boekje lezen. Kinderen leren veel van (voor)lezen en samen lezen, zoals:

  • Nieuwe woorden, hoe zinnen gemaakt worden, uitdrukkingen etc.
  • Concentreren, stil zitten en luisteren
  • Fantaseren over allerlei dingen
  • Wereldkennis / algemene kennis
  • Kinderen leren dat lezen heel leuk is
  • Door jonge kinderen veel voor te lezen, zullen ze als ze ouder zijn ook eerder zelf een boek lezen
  • Kinderen die lezen leuk vinden, behalen betere resultaten op school en zijn meer leergierig

Hoe doet school dit?

Op school wordt er vooral in groep 1 en 2 veel voorgelezen. Vervolgens wordt er dan met de kinderen nagepraat over het verhaal. De leerkracht zorgt er vaak voor dat het boekje aansluit bij het thema in de klas (bijvoorbeeld het thema herfst). In groep 3 en 4 kan de leerkracht ook voorlezen, naast het zelfstandig lezen in de klas. Ook wordt er samen met de kinderen gelezen. De kinderen krijgen dan één voor één de beurt om een stukje te lezen. Verder worden er met de kinderen ook verschillende leesoefeningen gedaan. Je kan altijd de leerkracht vragen welke boeken of verhalen hij/zij voorleest en hoe vaak en op welke manier hij/zij het verhaaltje na bespreekt.

Wat kan je thuis doen?

  • Probeer een boek uit te zoeken dat aansluit bij wat je kind meemaakt. Bijvoorbeeld: voor de eerste keer naar zwemles gaan.
  • Zoek samen met je kind een boek uit.
  • Neem de tijd voor het (voor)lezen, maak hier een gezellig moment van. Doe dit een aantal keer per week en vooral wanneer je kind begint met lezen.
  • Zorg dat je kind de plaatjes goed kan zien tijdens het voorlezen, laat je kind meekijken.
  • Betrek je kind bij het voorlezen door bijvoorbeeld vragen te stellen over wat jullie net gelezen hebben “heb jij ook wel eens zoiets meegemaakt?, of “hoe zou de beer zich voelen?”.
  • Praat samen over de plaatjes en wat er is gelezen.
  • Laat je kind zelf wat vertellen bij de plaatjes, stel vragen over wat hij/zij allemaal ziet.
  • Stop met (voor)lezen wanneer de aandacht van uw kind verslapt; jonge kinderen kunnen zich nog niet zo lang concentreren, ongeveer 10 minuten.
  • Heb jij zelf moeite met de Nederlandse taal dan kan je voorlezen of samen lezen in je eigen taal. Dit is ook goed voor de Nederlandse taalontwikkeling
  • Het is goed om een boek te herhalen. Hierdoor zal je kind het boek steeds beter gaan begrijpen en onthoudt hij/zij meer woorden. Kinderen houden van herhaling, dat biedt veiligheid.
  • Om het leuker te maken kan je verschillende voorwerpen gebruiken bij het voorlezen die te maken hebben met het boek. Bijvoorbeeld: dierenknuffels bij een boek over dieren. Zo blijven jonge kinderen ook langer luisteren.

Wat als mijn kind lezen niet leuk vindt?

Het is belangrijk dat je boeken uitzoekt die aansluiten bij wat je kind leuk vindt. Kies ook boeken uit die niet te moeilijk zijn voor je kind. In de bibliotheek kunnen ze je helpen bij het zoeken van een boek. Sommige kinderen houden niet van lezen, maar vinden het wel leuk om samen met jou te fantaseren over tekeningen. Door te praten over wat er te zien is en vragen te stellen stimuleer je de taalontwikkeling. Een andere manier om de taalontwikkeling te stimuleren zijn luisterboeken. Dit zijn boeken die zijn ingesproken. Hierdoor kan je kind luisteren naar een verhaal terwijl het ook mee kan lezen met de tekst. Dit maakt het lezen vaak een stuk leuker. Deze luisterboeken zijn terug te vinden in de bibliotheek en op het internet. Hieronder een overzicht van een aantal sites:

 

Er zijn veel sites en apps waar kinderen veel kunnen leren en die goed zijn voor de taalontwikkeling. Dit kan bijvoorbeeld een woordraadspel zijn of een app waarbij de kinderen zinnen en woorden moeten nazeggen.

Waarom is het belangrijk?

  • Kinderen horen hoe bepaalde klanken en woorden worden uitgesproken.
  • Kinderen leren letters, cijfers, voorwerpen en kleuren kennen.
  • Kinderen leren de betekenis van veel verschillende woorden (kan zowel in de moedertaal als in een andere taal). De woordenschat neemt toe, doordat zij nieuwe woorden eigen maken.
  • Kinderen worden gemotiveerd om zelf ook actief taal te gebruiken.
  • Doordat kinderen taal begrijpen en gebruiken kunnen zij op school beter meekomen (kinderen worden voorbereid op de basisschool door het begrijpen en gebruiken van taal).
  • Kinderen vergroten hun basiskennis doordat zij veel nieuwe informatie leren van educatieve websites en apps.
  • Kinderen leren gebruik te maken van de computer, smartphone of tablet en leren omgaan met het internet.

Hoe doet school dit?

Op school wordt er ook regelmatig gebruik gemaakt van de computer. Sommige scholen werken ook met educatieve websites zoals Squla of Ambrasoft. Kinderen krijgen dan de tijd van de leerkracht om op deze websites te oefenen met bijvoorbeeld taal. Ook thuis kan er vaak gebruik gemaakt worden van deze websites met behulp van een persoonlijk account. Je kunt bij de leerkracht navragen of op de website kijken of de school ook gebruik maakt van zulke computerprogramma’s. Je kunt de leerkracht vragen welke sites of apps zijn op school gebruiken en/of aanraden om thuis mee te oefenen.

Wat kan je thuis doen?

Het voordeel van oefenen op de computer of de smartphone/tablet is dat je kind en jij het zo vaak kunnen doen als je wilt en op een tijd die je uitkomt. Daarnaast kan je kind op zijn/haar eigen niveau oefenen en corrigeert de website of app je kind. In het overzicht leerzame apps en leerzame internetsites kan je apps en sites terugvinden die goed zijn voor de taalontwikkeling. Ook staat er uitgelegd voor wie het is en wat de site of app precies inhoudt. Het is wel voor kinderen belangrijk dat zij afwisselende activiteiten doen en niet teveel op de computer zitten. Zie hiervoor de informatie over beeldschermtijd.

Het oefenen met taal hoeft gelukkig niet veel tijd te kosten. Juist wat je tussendoor doet in de dagelijkse situaties heeft heel veel positieve effecten op de taalontwikkeling. Dit kan bijvoorbeeld door tijdens het koken je kind te vragen om de namen van de kookmaterialen op te noemen. Zo werk je aan het vergroten van de woordenschat van je kind terwijl je met iets anders bezig bent.

Waarom is het belangrijk?

Het oefenen met taal in dagelijkse situaties is iets wat jij en je kind de hele dag door kunnen doen zonder dat je kind door heeft dat er wordt geoefend. Het oefenen in dagelijkse situaties is dan ook één van de meest leerzame manieren om met de taal bezig te zijn.

Hoe doet school dit?

De leerkracht is elke dag bezig met het stimuleren van de taalontwikkeling door dingen te benoemen, te herhalen, uitleg te geven, door dingen te vragen en gesprekken te voeren met de kinderen. Daarnaast leren de kinderen ook van elkaar taal door samen te spelen en activiteiten te ondernemen. Vraag de leerkracht hoe hij/zij hiermee aan de slag is en wat je thuis kunt doen.

Wat kan je thuis doen?

  • Doe simpele spelletjes met je kind zoals:
  • ik zie, ik zie wat jij niet ziet
  • Woordenrijmen: een woord opnoemen en samen met je kind om de beurt woorden rijmen
  • Noem alles op wat je ziet met bijvoorbeeld de kleur geel, rood, blauw etc.
  • Verzin buiten gekke woorden met letters van nummerborden
  • Kinderliedjes samen met je kind zingen. Zo leren kinderen veel nieuwe woorden. Op school leren jonge kinderen ook veel liedjes waarbij ze nieuwe woorden leren.
  • Vertel aan je kind waar je mee bezig bent. Ook als je denkt dat je kind het nog niet allemaal begrijpt. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: “Ik ga nu de macaroni koken, want we moeten straks eten. Kijk eens, ik gooi de macaroni in het hete water. Zo wordt de macaroni gaar!”.
  • Stel regelmatig open vragen. Dit zijn vragen waarbij je kind moet nadenken en jij je kind de kans geeft om meer te vertellen. Hiermee stimuleer je hem/haar om veel meer taal te gebruiken.
  • Neem je kind serieus en praat over wat hij/zij bedoelt. Probeer je kind goed te begrijpen.
  • Reageer positief op de uitingen van je kind, ook als de uiting niet goed is. Alle kinderen maken fouten in hun taal. Hier leren kinderen van. Wijs je kind niet op zijn of haar ‘fouten’, maar verbeter door de zin goed te herhalen. Zo leert je kind het uiteindelijk goed te zeggen.
  • Betrek je kind zoveel mogelijk bij alles wat je doet door te vertellen over wat je aan het doen bent. Geef je kind bijvoorbeeld eenvoudige opdrachtjes als: “Doe de aardappel maar in de pan.” Als je kind niet goed weet wat hij/zij moet doen, begrijpt hij/zij de woorden nog niet. Je kunt dan een beetje helpen, net zolang tot het wel alleen lukt. Met dit soort doe-opdrachten leert je kind spelenderwijs veel woorden.
  • Waarom-vragen en hoe-vragen zijn vaak open vragen. Een voorbeeld van een open vraag is: “Waarom maakt de spin een web?” of “Wat zie jij allemaal op dit plaatje?”. Laat je kind fantaseren door hierop door te vragen. Let er wel op dat de vragen die je stelt niet te makkelijk of te moeilijk zijn voor je kind. Jullie kunnen ook op internet samen op zoek gaan naar antwoorden, daar leren kinderen veel van.
  • Gesloten vragen zijn vragen die je kind makkelijk kan beantwoorden met ja of nee. Een voorbeeld van een gesloten vraag is: “Kan een spin ook vliegen?”. Het stellen van gesloten vragen kan er voor zorgen dat je kind minder met taal bezig is, omdat hij niet uitgebreid antwoord hoeft te geven.

Je kunt de taalontwikkeling ook spelenderwijs oefenen met je kind, aan de hand van spelletjes en (simpele) materialen. Voor je kind voelt dit niet als oefenen, maar als spelen!

Waarom is het belangrijk?

Het doen van taalspelletjes met je kind zorgt ervoor dat je kind bezig is met taal op een leuke manier. Dit zorgt ervoor dat zij het vaker willen doen.

Hoe doet school dit?

Op school wordt veel met ‘spelend leren’ gewerkt. Vooral in de kleuterklassen wordt de taalontwikkeling gestimuleerd door liedjes te zingen, spelletjes in de kring en speelhoeken met verschillend materiaal. Ook hangen er vaak letterlijnen, woorden met een plaatje of praatplaten in de klas. In groep 3 en 4 werken kinderen volgens een taalmethode (taalboekjes en opdrachten) maar er is nog steeds veel aandacht voor spelend leren door verschillende (taal)spelletjes zoals bijvoorbeeld galgje en woordzoekers. Vraag de leerkracht welke spellen/materialen er op school gebruikt worden en hij/zij adviseert voor thuis.

Wat kan je thuis doen?

  • Taalspelletjes kunnen heel simpel zijn, maar je kind leert toch veel woorden:
  • Vraag aan je kind wat er allemaal rood, geel, blauw, groen etc. is in de kamer.
  • Doe samen een zoek wedstrijdje als jullie buiten lopen. Zeg bijvoorbeeld “wie als eerst een hond ziet!”. Wie het snelst is of het meest heeft gevonden, heeft gewonnen.
  • Laat verschillende voorwerpen zien en vraag of je kind weet wat het is. Dit kan je leuker maken door bijvoorbeeld te werken met een blinddoek. Doe deze om het hoofd van uw kind, zodat je kind niets meer kan zien. Geef de voorwerpen aan om te voelen wat het is.
  • Je kunt samen met je kind woorden verzinnen door letters aan te wijzen met behulp van bijvoorbeeld een krant. Laat je kind met zijn ogen dicht een letter aanwijzen in de krant en laat je kind vervolgens met deze letter een woord bedenken.
  • Speel met je kind het ABC-spel. Vouw een blaadje in vier of meer kolommen. Schrijf in deze kolommen verschillende onderwerpen zoals: meisjesnaam, jongensnaam, een dier, land, televisie-programma. Laat je kind het alfabet opzeggen en zeg vervolgens bij één van de letters ‘stop’! Vervolgens bedenken jullie woorden die aansluiten bij onderwerpen die jullie hebben bedacht.
  • Geef een beschrijving van een aantal voorwerpen aan je kind zoals een bank (“je kunt er op zitten, het is zacht, hij is zwart” etc.). Laat je kind vervolgens raden wat het is.
  • Vraag aan je kind of hij/zij iets wil aanwijzen of pakken met een bepaalde begin- of eindletter, bijvoorbeeld: “pak jij voor mij eens vijf dingen die beginnen met de letter P”.
  • Als je buiten bent met je kind kunt u ook de bovenstaande taalspelletjes spelen met een paar simpele aanpassingen. Gebruik bijvoorbeeld de letters op de nummerborden van auto’s om te vragen of jouw kinderen daarmee een woord kunnen bedenken.
  • Laat je kind letters en woorden schrijven met stoepkrijt tijdens het buitenspelen.
  • Begin een nieuw woord met de eindletter van het woord dat jij of je kind heeft genoemd tijdens het overgooien met een bal. Bijvoorbeeld ‘vlinder – rennen – neus – sok’ etc.
  • Je kunt ook sommige taalspelletjes kopen zoals: (taal)memory, mini loco, ABC-spel, kwartet of het grote taalspel.

Het is belangrijk je kind veel complimenten te geven tijdens het oefenen. Vooral wanneer je kind iets heel moeilijk vindt of het oefenen met taal niet zo leuk vindt. Door positieve aandacht zal je kind beter zijn/haar best doen en het langer volhouden.

Bij de bibliotheek kan je leesboeken, luisterboeken, stripboeken, dvd’s en andere media lenen. Ook kan je in grotere bibliotheken boeken in je eigen taal lenen, wanneer dit niet de Nederlandse taal is. Als je een bibliotheekpas heeft, kan je bij alle bibliotheken in je stad materialen lenen, zowel voor je als voor uw kind(eren). Kinderen tot en met 17 jaar kunnen gratis lid worden van de bibliotheek. Vanaf 18 jaar zijn er jaarlijkse kosten aan verbonden. Kijk op de website van de bibliotheek bij jou in de buurt wat je moet betalen. Ook kan je daar de algemene richtlijnen vinden voor het lenen van het materiaal. Verder kan je ook kijken op www.bibliotheek.nl voor meer informatie en het zoeken naar een bibliotheek bij je in de buurt.

Waarom is het belangrijk?

Voor kinderen is het goed om naar de bibliotheek te gaan. Zij kunnen daar veel boeken en informatie vinden. Door vaker naar een bibliotheek te gaan, is de kans groter dat een kind uit zichzelf gaat oefenen met lezen en hier plezier in heeft. Naast leesboeken zijn er ook veel informatieboeken die kinderen goed kunnen gebruiken bij het maken van een werkstuk of spreekbeurt. Ook zijn er luisterboeken, stripboeken, dvd’s en andere media.

Hoe doet school dit?

School organiseert soms uitjes naar de bibliotheek of heeft een eigen schoolbibliotheek. Verder worden er in groep 1 en 2 ook wel eens boekjes mee naar huis gegeven. Vraag aan de leerkracht naar welke bibliotheek zij gaan en wat er van je wordt verwacht als er boekjes mee naar huis worden gegeven. Je kunt ook vragen naar het leesniveau van je kind, zie de informatie hieronder.

Wat kan je thuis doen?

Ga samen met je kind eens langs de bibliotheek in de buurt:

  • Als je niet weet waar er bij jou in de buurt een bibliotheek zit, kan je dit opzoeken via internet.
  • Samen met een medewerker van de bibliotheek kan je op zoek gaan naar boeken voor je kinderen en kan je vragen hoe je lid kan worden.
  • Als je boeken voor je kinderen uit gaat zoeken is het goed om te weten op welk leesniveau zij zitten. In schema AVI leesniveaus staat op welk niveau je kind ongeveer hoort te zitten in welke groep.
  • Soms organiseren bibliotheken ook leuke activiteiten voor kinderen. Hier kan je ook naar vragen.

Dit is het op een positieve manier aandacht geven aan inzet, oefenen en resultaten van je kind tijdens het oefenen met taal. Dit is voor kinderen erg belangrijk, omdat zij heel gevoelig zijn voor aandacht van hun ouders.

Waarom is het belangrijk?

  • Het zorgt ervoor dat je kind blijft oefenen met de taal en zijn/haar best doet
  • Het zorgt ervoor dat je kind zich fijn voelt tijdens het oefenen van taal
  • Het vergroot het zelfvertrouwen
  • Het zorgt voor een fijne sfeer thuis en voor een goede relatie met je kind

Hoe doet school dit?

  • De leerkracht geeft kinderen complimenten als zij hun best doen
  • De leerkracht geeft extra complimenten als hij/zij weet dat een kind taal lastig vindt

Je kunt altijd aan de leerkracht vragen op welke manier hij/zij beloont in de klas.

Wat kan je thuis doen?

  • Maak een beloningssysteem voor je kind om te oefenen met de taal. Bedenk een passende beloning, waar er bijvoorbeeld weer met taal geoefend kan worden (bijvoorbeeld na vijf keer oefenen met taal gaan we samen een film kijken).
  • Op de pagina positieve aandacht kan je meer informatie vinden over wat belonen is en hoe je dit kunt doen.
  • Probeer een goede balans te vinden in het belonen. Door overdreven veel (bij ieder klein dingetje) te belonen, kan je kind juist onzeker worden of minder gaan presteren.
  • Als je kind bijvoorbeeld oefent met lastige woorden of samen met je een lastig boekje leest dan kan je je kind belonen voor zijn/haar goede inzet. Ook al maken zij nog fouten. Bezig zijn met de taal is al goed.
  • Let op hoe je fouten die je kind maakt, bespreekt met je kind. Je kind leert meer van jou als je bijvoorbeeld het woord herhaalt op een goede manier of samen nog een keer de zin leest.
  • Je kan je kind belonen op verschillende manieren. Vaak wordt er bij een beloning gedacht aan een cadeautje, maar de beste beloning die je kunt geven aan je kind is:
  • Wat extra positieve aandacht zoals: vertellen aan je kind hoe trots je op hem/haar bent dat hij/zij zich goed inzet, een knuffel, kus, aai over de bol.
  • Samen wat tijd doorbrengen zoals: een boekje lezen, een leuke film kijken, een spelletje (mee)spelen.
  • Ook kan je de Beloningskaart gebruiken

Als het goed is heb je heel veel kunnen lezen over en geoefend met taalontwikkeling. Het document evalueren taalontwikkeling helpt je om na te gaan hoe dit is gegaan en wat wil je nog wilt bereiken. Het is namelijk belangrijk om te blijven oefenen om je deze vaardigheid eigen te maken en te kunnen volhouden in de toekomst.

Wat kan nog meer helpen om het vol te houden?

  • Je contacten vragen om je te helpen herinneren aan de afspraken die jij met jezelf hebt gemaakt.
  • Een herinnering voor jezelf instellen of ergens ophangen.

Heb je nog vragen of wil je hierbij meer hulp?

  • Zoek op internet naar meer informatie.
  • Of zoek naar andere organisaties waar je terecht kunt, zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) bij jou in de buurt.

Hulpmiddelen

Met de beloningskaart kun je je kind belonen als hij of zij op een goede manier met zijn emoties is omgegaan. Dit doe je door bijvoorbeeld een sticker of een stempel te plaatsen in het hokje op de kaart. Als de kaart vol is kan je kind een grotere beloning krijgen, bijvoorbeeld samen een spelletje doen of iets later naar bed. Door op de beloningskaart de afspraken te schrijven en deze iedere dag te herhalen wordt je kind telkens herinnert aan het afgesproken gedrag. Op internet kun je ook veel andere beloningskaarten vinden door in de zoekmachine het woord “beloningskaarten” in te typen.

Om de taalontwikkeling goed te laten verlopen is het van belang dat je kind veel oefent. De belangrijkste stappen die je kind moet oefenen en kennen staan in het ontwikkelschema taal. De beschreven taalontwikkeling is een gemiddelde, schrik daarom niet wanneer je kind iets nog niet kan, wat al wel staat bij de groep waar je kind in zit. De ontwikkeling van elk kind verloopt anders. Hier kan je het op de school van je kind over hebben of bij het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG).

Maak samen met uw kind een eigen tv gids. De lijst met leerzame televisieprogramma’s kan jullie hierbij helpen. Zoek bijvoorbeeld samen op internet na wanneer de programma’s op tv zijn en schrijf deze op jullie tv gids.

Een handig overzicht met leerzame TV progmamma’s waar je samen met je kind naar kan kijken.

Een handige richtlijn die aangeeft hoeveel beeldtijd op welke leeftijd verstandig is.

Het overzicht leerzame apps taal geeft je suggesties voor leuke leermiddelen voor je kind op je telefoon of tablet.

Het overzicht leerzame internetsites taal geeft je suggesties voor leuke en leerzame internetsites voor je kind.

Het overzicht AVI leesniveaus geeft een weergave van het leesniveau van je kind. Het AVI-niveau wordt op school getoetst om een inschatting te maken van de technische leesvaardigheid. In de AVI tabel zie je welke AVI niveaus kinderen gemiddeld per groep hebben. Als jouw kind bijvoorbeeld AVI M4 heeft en in groep 3 zit, loopt je kind voor.

In de bibliotheek zijn de boeken ingedeeld op verschillende niveaus die passen bij het groepsniveau van het kind. Vaak zijn dit AVI-niveaus. Zo kan je de juiste boeken kiezen voor je kind.